header image
Home arrow Het examen
Het examen
Wat moet je allemaal weten Print Email
Wat moet je meenemen voor het praktijkexamen de oproepkaart een geldig theoriecertificaat een wettelijk, geldig identiteitsbewijs eventueel het adviesformulier van je tussentijdse toets Het praktijkexamen voor de personenauto duurt in totaal 55 minuten. In het examencentrum maak je eerst kennis met de examinator. Deze legt uit hoe het examen verloopt. Daarna volgt op de parkeerplaats een ogentest, waarbij je het kenteken van een stilstaande auto moet kunnen lezen op een afstand van ongeveer 25 meter. Vervolgens vraagt de examinator je een aantal voorbereidings- en controlehandelingen uit te voeren van de auto. Een onderdeel van het examen is het zelfstandig route rijden. Een leerling rijdt een deel van de examenrit zonder aanwijzingen van de examinator. Het "zelfstandig route rijden" kan op drie manieren worden uitgevoerd:
  • naar een variabel orientatiepunt
  • een clusteropdracht in combinatie met rijden via ANWB borden
  • met behulp van een navigatiesysteem
De examinator bepaalt vooraf of tijdens het examen hoe de leerling het onderdeel "zelfstandig rijden" moet uitvoeren. De rit zal minimaal 10 tot maximaal 15 minuten van het totale examen in beslag nemen. Ook zal de leerling een aantal bijzondere manoeuvres moeten uitvoeren tijdens het examen. Als de leerling een TTT ( Tussen Tijdse Toets ) heeft gedaan, dan heeft hij of zij hiervoor vrijstelling. Er zijn 3 bijzondere manoeuvres:
  • Omkeeropdracht; bij de omkeeropdracht krijgt de leerling al rijdende te horen dat hij de weg in tegengestelde richting moet gaan volgen. De leerling kiest zelf de plaats en de wijze waarop hij of zij keert. De leerling kan dit doen via een halve draai, steken of een bocht achteruit. De leerling moet laten zien dat hij of zij op basis van een goede inschatting van de verkeerssituatie tot een adequate oplossing komt.
  • Parkeeropdracht; de examinator kan ook kiezen voor een parkeeropdracht in een straat of op een parkeerterrein. Hierbij krijg je de opdracht om de auto zo dicht mogelijk bij een opgegeven locatie te parkeren. Dit kan bijvoorbeeld de ingang van een winkelcentrum zijn. Ook hier bepaal je zelf hoe je de parkeeropdracht uitvoert.
  • Stopopdracht; verder is een stopopdracht mogelijk. Daarbij moet je zo kort mogelijk achter een ander voertuig stoppen, om aansluitend vooruitrijdend weer aan het verkeer deel te nemen. Dit kan zowel aan de linker- als rechterzijde van de rijbaan. Hierbij is het van belang dat je een juiste inschatting hebt van de lengte van de neus van de auto.
Van deze drie kiest de examinator er twee. Daarnaast kan de examinator steekproefsgewijs de hellingproef laten uitvoeren. In één van de bijzondere manoeuvres moet in ieder geval een keer een stukje achteruit rijden voorkomen. Bij de uitvoering van de bijzondere manoeuvres is niet alleen het technische aspect belangrijk. Er wordt vooral ook gelet op de keuzes die daaraan vooraf gaan, zoals de plaats, het moment en de wijze waarop je de opdracht uitvoert. Helemaal foutloos hoeft het examen niet te verlopen. Het gaat om het totaalbeeld. Het is onze taak om er voor te zorgen dat jij voldoende in huis hebt om op een veilige en zelfstandige manier aan het verkeer deel te nemen. Direct na afloop van het examen vertelt de examinator in het examencentrum de uitslag. b>Wat te doen als je bent geslaagd Als je bent geslaagd, wordt je Verklaring van rijvaardigheid en de Verklaring van geschiktheid geregistreerd in het Centraal Rijbewijzen Register (CRB). De gemeenten en het CBR kunnen dit register raadplegen om vast te stellen of je bent geslaagd voor het examen. De registratie van de Verklaring van rijvaardigheid is een half jaar geldig, de registratie van de Verklaring van geschiktheid een jaar. Bij het gemeentehuis in je woonplaats kun je, tegen overlegging van 1 pasfoto, legitimatie en het vereiste geld, je rijbewijs aanvragen.
Laatst bijgewerkt ( 27 Jun 2014 om 10:22 )

Algemene voorwaarden